back

44/floors News

23/11/2012 01:12 AM

de mogelijkheid van een eiland

Op 15 november werd het bereiken van het hoogste punt van ´De Rotterdam´ gevierd, de hoogbouw ontworpen door Rem Koolhaas op de Kop van Zuid. Zowel voor de ontwikkelende partijen OVG en MAB als het architectenbureau OMA en hoofdaannemer Züblin is het begrijpelijk dat ze dit moment aangrepen om feest te vieren. Het prestigieuze project is zowel architectonisch als procesmatig en programmatisch een tour de force, waarbij alle betrokken partijen een enorm commitment zijn aangegaan. 160.000 vierkante meter op een grondoppervlak niet groter dan één voetbalveld, daar mag je trots op zijn.

Het ontwerp van De Rotterdam bestaat uit een voetstuk van 6 verdiepingen tot zo’n dertig meter hoogte. Daar bovenop verrijzen drie transparante torens, de West -, Mid – en East Tower, die op zo’n zeven meter afstand van elkaar staan. De hele gevel van het gebouw is van glas. Daardoor beschikken alle ruimtes over ramen van vloer tot plafond.

Zelfs acht jaar voor de crisis was duidelijk dat het ontwerp van OMA er niet zonder slag of stoot zou komen. Het ontwerp moest op een aantal punten worden herontworpen. Zo zijn de torens, die in het oorspronkelijke plan elkaar rakelings zouden passeren, in het huidige plan op een aantal punten met elkaar verbonden. Het aantal kolommen kon zo worden gereduceerd en het krachtenspel werd flink vereenvoudigd, wat zijn weerslag had op de constructie en de kosten. Want ook toen, in 2001, reikte het budget niet tot de hemel. Naast de constructie had dit ook gevolgen voor het gevelontwerp. In de eerste plannen waren voor de torens verschillende gevels ontworpen. Na veel interne discussie over het beperkte gevelbudget hakte Rem Koolhaas de knoop door en opperde dat het hele budget in één geveldetail moest worden gestopt. Deze beslissing heeft grote gevolgen gehad voor de uitstraling van het gebouw, alhoewel OMA-associate Kees van Casteren, projectarchitect van De Rotterdam, lachend verteld dat de wens van één geveldetail uiteindelijk een architectendroom is gebleken. Bij het uitwerken van de gevel bleek elk programmaonderdeel zijn eigen wensen en eisen te hebben met betrekking tot klimaatbehandeling terwijl ook nog moest worden gelet op de oriëntatie en de zonintreding.

De ontwerpbeslissingen ten aanzien van constructie en geveldetaillering hebben niet nadelig uitgepakt voor de uitstraling van het gebouw: de torens van het gebouw manifesteren zich door de uniform uitziende gevels als één geheel en de geschakelde torens maken het idee aanschouwelijk van de 'Towerslab' zoals Koolhaas in S, M, L, XL verwees naar zijn ontwerp voor de Boompjes dat in de jaren tachtig op steenworpafstand van de Rotterdam had moeten verrijzen en zowel typologisch als architectonisch overeenkomsten vertoont met De Rotterdam.

Met hun verspringende volumes doen de geschakelde torens denken aan het afgetrainde lijf van een topsporter of een havenwerker. En ook de begane grond, die dankzij de ultra-efficiënte bouwlogistiek een jaar voor oplevering al een opgeruimde indruk maakt, geeft reeds een goede indruk van de robuuste ruimtelijkheid die er straks zal heersen, niet kunstmatig sfeervol gemaakt door materiaal en kleur, maar aansluitend op de no nonsense omgeving van het voormalig havengebied door overmaat en minimale detaillering in de betonnen borstweringen. Hier zullen straks het programma en de mensen de architectuur kleur geven. De uitstraling van het gebouw is droog, gedrongen. En ondanks het feit dat De Rotterdam onmiskenbaar een iconisch gebouw is, straat het een soberheid uit die zowel past bij de stad Rotterdam als bij de crisistijd waarin De Rotterdam het levenslicht ziet.

Dat Koolhaas trots is op De Rotterdam, straalde er tijdens de hoogste puntceremonie vanaf. Wellicht was het de koude, maar hij leek licht geëmotioneerd. Staande op een verhoging, op het dak van de hoogte toren, vertelt hij dat hij vooral trots is op de coalitie die nu al vijftien jaar standhoudt en die tijdens alle tegenslagen, is blijven geloven in het project. Volgens Koolhaas is Rotterdam de enige stad in Nederland die werkelijk enthousiast is over verandering en daarmee de enige plek waar dit gebouw gerealiseerd had kunnen worden. Over zijn eigen rol in het totstandkomingsproces is Koolhaas bescheiden: architecten hebben volgens hem weinig macht en hebben daarom opdrachtgevers nodig die geloven in een project. Daarmee zat het in dit geval wel goed.

Als alles vanaf nu verloopt volgens plan, zal de Rotterdam exact een jaar na de hoogste puntceremonie, op 15 november 2013 zijn deuren openen voor de bewoners en de gebruikers. Ruwweg anderhalve toren is gereserveerd voor kantoren, een van de drie torens wordt uitgerust met appartementen en een halve toren zal een hotel herbergen. De vijf verdiepingen hoge plint zal worden gebruikt voor parkeren en diverse horeca en leisurefuncties.

De Rotterdam wordt het dichtst bebouwde stuk grond in Nederland, met een FSI (Floor Space Index) van 32. Vanaf het moment van ingebruikname zal het aantal gebruikers en bewoners van de Wilhelminapier verdubbelen, wat de druk op de toch al niet zo bijster goede ontsluitingsfaciliteiten flink zal doen stijgen. Zelfs MAB-directeur Jos Melchers beaamt dat de ontsluiting van al dat extra programma “tricky” zal worden. De Wilhelminapier is immers een landtong en kan zich niet voorstaan op een bijster goede infrastructurele aansluiting met het vasteland. Daarnaast is het met de inrichting van de openbare ruimte op de Wilhelminapier tot op heden niet goed gesteld: het gebied heeft nog steeds de rommeligheid van een havengebied. En dat zou een kwaliteit kunnen zijn als dat vergezeld zou gaan van de bijbehorende ruimtelijkheid. Dat laatste is echter al jaren geleden opgeofferd ten faveure van een hoogstedelijke gebiedsvisie, waardoor de ontwikkelende partijen en de gemeente er goed aan zouden doen om ook ten aanzien van de openbare ruimte hun verantwoordelijkheid te nemen. Wellicht dat daar na de oplevering van De Rotterdam verandering in komt.

Persoonlijk zie ik twee extreme toekomstscenario's voor De Rotterdam, waarvan grootschalige leegstand er één is. Gelukkig voor de ontwikkelaar is met de toezegging van de gemeente dat een groot deel van haar ambtelijke apparaat zal verhuizen naar De Rotterdam en de ondertekening van een huurcontract met NH Hoteles de expliotatie voor een groot deel al rond. Volgens goed ingelichte bronnen is het aantal aanmeldingen voor de informatiedag over de appertementenverkoop inmiddels de duizend gepasseerd. Daarmee is Rotterdam nog steeds de enige stad in Nederland waar consumenten warmlopen voor hoogbouw.

De opmerking dat de concentratie van functies in De Rotterdam roofbouw pleegt op de voorzieningen in het centrum van de stad, wordt door projectarchitect Kees van Casteren handig gepareerd. Hij wijst erop dat het programma van De Rotterdam voor het overgrote deel bestaat uit functies die zich normaliter in de periferie van de stad bevinden en zich door de herplaatsing op deze centrale plek juist een autonome plek in het leven van de stadsbewoners zullen veroveren.

Het lijkt er dus op dat op de Wilhelminapier straks een eilandcultuur zal ontstaan waar alles voorhanden is: werk, ontspanning, cultuur en wonen. Met wat fantasie kun je je voorstellen dat een nieuwe doelgroep het eiland gaat bevolken die zich vrijwillig opsluit in deze hoogstedelijke 24-uurscultuur als “voluntary prisoners of architecture”. En daarmee wordt de Kop van Zuid een zelfstandige attractie, moeilijker te bereiken dan Diergaarde Blijdorp, maar goedkoper dan een reis naar New York.

Het is waarschijnlijk dat De Rotterdam uiteindelijk gewoon een goed functionerend gebouw wordt, maar naar mijn mening zou het baat hebben bij een extreem scenario, zodat het de gezapige classificering van icoongebouw van zich af kan schudden en er meer oog komt voor de radicale architectonische typologie die Koolhaas in deze tijden van crisis heeft weten te realiseren.

Bron: dearchitect.nl